Ga direct naar:

Sint-Petruskerk Berlicum

Het orgel van de Sint-Petruskerk te Berlicum

Het orgel kwam in de bestaande kast die naar achter moest worden uitgebouwd. Eerst besluit men de speeltafel pneumatisch te laten en niet om te bouwen naar het wisselwindsysteem, later wordt de tractuur tussen speeltafel en de windladen electrisch, en het generaalcrescendo vervalt. Ook de zwelkast, waarin zich het tweede manuaal bevindt, wordt groter. Het werd door L. Verschueren uit Heythuysen met Pasen 1934 voor de som van f 5110 inclusief tien jaar garantie opgeleverd.

De kerk raakt aan het eind van de oorlog zwaar beschadigd, het front van het te beschadigde Vollebregtorgel wordt vervangen door een nieuw open front; de huidige klokkentoren en het huidige orgel dateren uit 1947. Verschueren demonteert het gehavende instrument, slaat het thuis op en komt met het volgende plan: Speeltafel, windvoorziening, ventilator, balg met twee regulateurs, windladen, een gedeelte van de "jaloussieën" en een deel van de pijpen kunnen opnieuw gebruikt worden, de rest niet. Er wordt een inventarisatie van alle pijpen gemaakt, de conclusie is dat er 9 registers vernieuwd moeten worden. De beschadigde pijpen worden omgesmolten en hiervan worden nieuwe pijpen gemaakt van het gesmolten metaal, met bijvoeging van tin tot 45 procent. Als adviseur treed dr. P. J. de Bruyn (pr.) op. Het instrument komt eerst nog enige tijd op een noodpodium te staan (zie middelste foto).

Mede daardoor ontstaat de huidige dispositie; er moet door Verschueren veel vernieuwd worden maar met Kerst 1946 wordt het voor f 13.500 opgeleverd als opus 158; het aantal registers komt met de toevoeging van de nieuwe hobo 8' op 25 registers, het pijpwerk van Franssen dat nog bruikbaar is wordt ook gebruikt. In het zwelwerk komen nog twee gedeeltelijke Vollebregtregisters voor: de roerfluit 4' en de holpijp 8'. In 1986 wordt het orgel gereviseerd door Pels en van Leeuwen. Er wordt veel schoongemaakt, membranen worden vervangen en de speeltafel en de intonatie, met name die van het zwelwerk, worden onder handen genomen. Resten van snijwerk en beelden bevinden zich in de Abdij van Berne te Heeswijk.

Snelkoppelingen